Pipse Jos

“Oké, als iedereen het ermee eens is dan doen we dat. En dan is hierbij de vergadering gesloten. Dank voor jullie komst.”

Even later zitten we samen in zijn kantoor. ‘Wat vond je? Ging goed toch?’ vraagt hij me. Ik moet lachen; ‘Eigenlijk moet ik jou vragen hoe je zelf vindt dat het ging.’ Hij moet ook lachen. Maar wordt dan serieus. Want hij weet het wel. ‘Tja. Ze waren het er mee eens. Toch? En als ze het niet eens zijn, dan is het ook hun verantwoordelijkheid om dat te zeggen. Het zijn professionals, ik betaal ze niet voor niets!’. Hij is opeens fel. Ik begrijp het wel, het is ook lastig. En frustrerend. Want natuurlijk heeft hij gelijk. Maar er zit nog een kant aan. En voor die kant is hij, als bestuurder, ook verantwoordelijk.

Die kant wordt vaak ‘de onderstroom’ genoemd. Dat wat zich afspeelt maar wat je niet kunt zien, wat niet benoemd wordt. Maar je kunt het vaak wel voelen. Dat er iets niet helemaal klopt. De mensen bij Jos aan tafel zeiden wel ja maar het was overduidelijk dat ze niet ja voelden. Dat kan verschillende redenen hebben. Omdat ze zich niet betrokken voelen. Het idee hebben dat het toch niet uitmaakt wat ze zeggen. Of bang zijn om het te zeggen.

Er zitten altijd drie dimensies in een interactie:

  1. De inhoud, dat is wat je bespreekt.
  2. De procedure, dat is hoe je het samen bespreekt. Zoals de agenda, tijdsbewaking, besluitvorming (BOB komt in een andere blog voorbij) en notulen.
  3. Het proces, dat is hoe je het samen doet, de interactie, de onderlinge relaties.

Jos heeft iets te doen dus. Op de proceskant. Op hoe mensen in zijn bedrijf samenwerken. Op hoe ze samen besluiten nemen. Mijn eerste advies aan Jos is dat hij zelf de eerste stap neemt. Dat hij start met over meer praten dan de inhoud. Dat hij durft te benoemen wat hij voelt en ziet gebeuren bij de mensen met wie hij werkt. En, nog spannender, dat hij ook zegt wat dat met hem doet. Ik geef hem advies over hoe hij dat kan doen. En ik praat met hem over wat hem tegenhoudt om dat te doen. Soms zitten mensen daar niet op te wachten. Zijn ze bang dat ze opeens in een Freudiaanse sessie belanden en er als een emo-softie uitkomen (serieus ;-). Dan ga ik met ze in gesprek over mijn gouden regel:

De manier waarop een besluit wordt genomen bepaalt of en welk effect

dat besluit gaat hebben.

Daarna ‘mag’ het gesprek vaak wel gaan over spannende dingen. Uiteindelijk ben je niet voor niets leider, bestuurder of directeur. Je wilt de beste resultaten. En daarvoor moet je dus kunnen en durven praten over alle 3 de dimensies van het PIP-model.

Neem jezelf eens onder de loep bij (of na) je eerstvolgende gesprek of vergadering. Op welke van de drie dimensies is jouw inbreng het grootst? En op welke het kleinst? En waarom is dat zo? Lastige vraag?  Stuur me gerust een mailtje, ik denk graag met je mee!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *